Dakamberboom

 

Wanneer:

U kunt de amberboom (Liquidambar Styraciflua) tussen eind herfst en begin voorjaar snoeien. In de zomer kunt u het dood hout wegnemen.

Hoe:

Dakbomen worden vaak al met een dakcontructie geleverd. Bij het snoeien van de dakboom is het belangrijk om 4 of 5 hoofdtaken te laten staan. Deze hoofdtakken vormen het dak. De zijtakken hiervan kunnen dan worden doorgeleid. De andere takken en alle zijscheuten van die hoofdtakken worden terug gesnoeid op 1 of 2 ogen. De Amberboom kan twee harttakken vormen. U kunt een van de harttakken verwijderen zodat de boom moei in model blijft.

Tips:

Een Amberboom kan niet goed tegen verplanten. Het is daarom goed om de boom op de juiste plek te planten waar hij volwassen kan worden. Van ziektes heeft hij weinig of geen last. 


Dakmoerbei

Wanneer:

U kunt de dakmoerbei (Morus alba 'Macrophylla') in december en januari snoeien.

Hoe:

Bij jonge bomen is het vormen van een stam belangrijk. Als de boom de juiste hoogte heeft kunt u de zijscheuten in de kroon horizintaal uitspreiden en vast maken aan een dakconstructie. De zijscheuten kunt u tot 1 meter vanaf de spil terugsnoeien. U kunt de scheuten die op de stam en in de kroon groeien tot zes bladeren terug snoeien. De kortere zijscheuten kunt u laten staan. In het voorjaar vertakken de scheuten zich met nieuwe uitlopers. Het jaar daarop kunt u deze terugsnoeien tot zes bladeren.

Tips:

De boom verkeerd in december en januari in rust. Als u later gaat snoeien  kan de boom gaan bloeden.

Leibeuk

Wanneer:

De leibeuk (Carpinus betulus) kunt u vanaf het najaar tot het voorjaar snoeien.

Hoe:

Met een heggeschaar kunt u de leibeuk snoeien in de vorm van het rek. U snoeit de uitgelopen takken terug tot ongeveer 5 cm boven het raamwerk.

Tips:

Gebruik geen elektrische heggeschaar omdat deze  schade aan de takken en stam kan aanrichten.

Dakplataan

 

Wanneer:

U kunt de dakplataan (Platanus acerifolia) van november tot april goed snoeien. De oudere bomen die snel groeien en de jonge bomen die u wilt uitdunnen kunt u nog een tweede keer snoeien in de maand juli.

Hoe:

Snoeit u alle zijtakken van de hoofdtakken weg tot ongeveer 0,5cm.  De uiteinden van de hoofdtakken kunt u terugsnoeien tot de gewenste lengte. Als u deze langer wilt laten groeien kunt u ze terugsnoeien tot eenderde van de laatste gegroeide scheutlengte. De Plataan kunt u met flexible bindbuis aanbinden.

Tips:

De dakplataan moet u minstens eenmaal per jaar snoeien om de hoofdvorm te behouden. In een kleine tuin kunt u prima een dak- of leiplataan laten groeien. Vaak worden er al bij kwekerijen de hooftakken geselecteerd en aan een raamwerk geleid.

Leilinde

 

Wanneer:

De leilinde kunt u vanaf november tot maart snoeien als het niet vriest.

Hoe:

Alle jonge scheuten snoeit u weg tot op de hoofdtakken tot op twee of drie ogen. Als een hoofdtak moet worden vervangen dan kan een jonge scheut op deze plaats worden aangebonden.

Tips:

Als het vriest niet snoeien. Gebruik scherp gereedschap. Voor een leilinde wordt meestal een Tilia europaea (Hollandse linde) of een Tilia vulgaris (Zwarte Linde) gebruikt.