Januari

De tuin kan in de wintermaanden worden aangekleed met grappige sneeuwpoppen. Iedere sneeuwpop is uniek en de hele familie kan eraan meewerken. Leuk om vanuit huis de poppen te bewonderen.

Algemeen

  • Ramen lappen van de kas. Met schone ramen zorgt u voor optimale lichtinval.
  • Repareer uw hek, poort of schutting. Vernieuw kapotte delen en contoleer of het hang en sluitwerk nog goed is.
  • Plaats een hek, tuinhuis of speeltoestel in de tuin. Dan kunnen de planten herstellen en weer groeien.
  • Verzamel lege bakjes. Handig om alvast wat lege bakjes te verzamelen om in te kunnen kweken.

Oogsten

  • Oogsten van prei, spruiten en boerenkool. Als het niet vriest kunt u prei oogsten.

Snoeien

  • Wilgen knotten. Zaag de takken tot 5 cm van de knot. In deze periode zijn er geen sapstromen.
  • Klimop bijknippen. U kunt de scheuten weghalen die op ongewenste plekken groeien. Het wegknippen van oud blad bevordert de groei van het jonge blad.
  • Snoei aalbessen- en kruisbessenstruiken. Behalve bij matige tot strenge vorst.

Verzorging

  • Controleer de knollen op schimmels. Tijdens de overwintering van de dahlia’s, gladiolen en begonia’s controleert u of de wortelhalzen niet zijn aangetast door schimmel. Haal aangetaste knollen weg.
  • Gazon vrijhouden van blad. Wanneer er geen vorst is kunt u het gazon betreden en oude bladeren verwijderen. Als de bladeren te lang blijven liggen kan het gazon eronder wegrotten.
  • Planten in potten water geven. Wanneer de grond droog aanvoelt en het niet vriest kunt u de planten en ook de groenblijvende planten water geven om uitdroging te voorkomen.
  • Spit de kweekbedden in de moestuin om. De grond krijgt wat meer lucht en staat gereed om aan de slag te gaan.
  • Bind leifruit en klimplanten nog eens goed aan. Dan kan de wind er geen vat opkrijgen.
  • Zet een tunnelkastje over de aardbeien. Dit kan de oogst vervroegen.
  • Haal uitgebloeide bloemen uit de winterviolen. Dit bevordert een langere bloei.
  • Haal bloembakken bij vorst van het balkonhek en zet ze tegen de gevel. Vorst kan de planten schade aanbrengen.
  • Sneeuw van coniferen verwijderen. Takken van de coniferen en andere groenblijvende planten kunnen breken of lelijke vormen krijgen wanneer er te veel sneeuw op komt. Haal de sneeuw er voorzichtig vanaf. Dit kan met de achterkant van een bezem.
  • Ramen open zetten van winterverblijf. Zorg voor ventilatie in het winterverblijf waar de kuipplanten staan. Zet de ramen van het verblijf open bij zacht weer.

Vijver

  • Beluchtingspomp aanzetten. Dit kunt u gaan doen wanneer de kans bestaat dat de vijver gaat dichtvriezen.
  • Vijver aanleggen. Bij vorstvrij weer kunt u alvast beginnen met het graven van de juiste vorm.
  • Overwinterende vijverplanten controleren. Voor de winter heeft u de lelies die niet winterhard zijn in zand geplaatst en op een koele overwinteringsplek gezet. Voorkom dat de waterlelies verdrogen of verrotten. Zorg dat ze een beetje vochtig blijven en ventileer de ruimte regelmatig. Controleer of de tropische waterplantjes voldoende ligt krijgen.
  • Zwerfvuil verwijderen. In de winter laat u de vijver met rust maar zwerfvuil zoals plastic, papier en afgewaaide takken die in de vijver terecht zijn gekomen kunt u eruit scheppen.

Zaaien, stekken en planten

  • Bestel  of koop zaden. Vanaf half januari kan er binnen of in de koude bak worden gezaaid. IJsbergsla kunt u vanaf half januari al onder glas zaaien.
  • Winterstek kweken. Gedurende de winter kunt u van de deutzia, kornoeltje, ribes en hortensia een stek nemen. Dit kunt u doen bij vorstvrij weer. Neem een stuk van 15 cm van de verhoute, uitgerijpte twijgen van de heester. Snoei de stekken van boven schuin af en van onderen recht. Plant de stekken 12 cm diep in de grond op een beschutte plek in en laat deze tot de herfst groeien. In de herfst kunnen de stekken met wortels op een definitieve plek geplaatst worden.