Maart

Het gazon en de tuin krijgen meer kleur door de voorjaarsbollen die in het najaar zijn geplant. De krokus is er in diverse soorten en kleuren en geeft het gazon een vrolijke uitstraling. 

Algemeen

  • Controleren van boombanden. Boombanden kunnen door groei gaan knellen of bij te losse binding schuurplekken veroorzaken.

Oogsten

  • Radijs onder glas oogsten. Radijs groeit het beste in lichte, weinig bemeste grond.
  • De laatste boerenkool, spruiten, winterprei, schorseneren en veldsla oogsten. Deze planten kunnen nu nog geoogst worden voor ze gaan doorschieten.

Snoeien

  • Lavendel snoeien. Snoei tot 10-15 cm boven de grond, maar niet tot op het kale hout.
  • Rozen snoeien. Struikrozen kunt u het best grondig snoeien tot zo’n 10 cm boven de grond. Veel rozen zijn gevoelig voor ziekteverwekkers. Belangrijk is dat u alle zieke of verkeerd groeiende takken weghaalt en het gezonde hout kort snoeit.
  • Heide snoeien. Snoei de heidesoorten (zomerbloeier) net onder de oude bloemtros. U kunt de planten een beetje in een bolle vorm snoeien, dat geeft het mooiste effect.
  • Zomerbloeiende heesters snoeien. U kunt de oude bestaande takken flink inkorten. Bij vlinderstruiken kan dat zelfs heel diep. Als u daarbij alle takken tot 10cm boven hun basis terugsnoeit, zal uit elke stomp een tweetal nieuwe bloeibare takken groeien, waardoor de plant dubbel zo rijk zal bloeien.
  • Overwinterende planten snoeien. Kuipplanten die zijn overgehouden kunt u terugsnoeien.

Verzorging

  • Gazon bemesten en beluchten. Wanneer het niet vriest kunt u uw gazon bemesten en beluchten. Er zijn verschillende meststoffen voor uw gazon verkrijgbaar. Uw gazon krijgt dan de juiste voeding die het nodig heeft.
  • Kale plekken in het gazon inzaaien of bezoden. Slechte plekken in het gras kunnen worden hersteld door bij te zaaien of nieuwe zoden aan te brengen. Leg de zoden over het slechte stuk, steek deze af tot in de slechte grasmat. Haal de oude zodenlaag weg en breng de nieuwe zoden aan. Aandrukken en de randen afstrooien met compost.
  • Onkruid wieden. Voor delen van de tuin waar veel planten staan kan het best met de hand worden gewied en op meer open stukken met een wieder. Daarna de grond weer met de hand of hark egaliseren.
  • De tuin bemesten. Strooi de meststof niet op de planten.
  • Haag mesten. Haagplanten hebben voedsel nodig anders gaan de wortels weglopen en kunnen schade aan pad of border aanrichten. Basisbemesting met organisch materiaal is geschikt.
  • Dode stengels en blad opruimen. Er verschijnen nu nieuwe scheuten bij de vaste planten. Haal oude afgestorven blad- en stengelresten weg om de nieuwe groei de ruimte te geven.
  • Extra zorg voor planten die zure grond wensen. Breng een luchtlaag van tuinturf rond alle planten aan die graag in zure omstandigheden groeien.
  • Dekmateriaal weghalen. Zodra de vorst uit de grond is kan al het dekmateriaal dat over niet geheel winterharde planten en heesters is aangebracht, worden weggehaald.

Vijver

  • Oeverplanten delen. Om de 2 à 3 jaar kunt u de planten delen of als ze uit de mandjes groeien.

  • Moerasplanten delen. Deel deze planten om de 2 jaar of zodra ze te groot dreigen te worden of zodra ze in het hart beginnen af te sterven. Delen kan in het voorjaar voor de nieuwe groei aanvat en zodra er echt geen gevaar voor vorst meer is.
  • Vissen bijvoeren. Zodra de watertemperatuur boven de 10 à 12°C stijgt kunnen we met mate beginnen te voederen.
  • Vissen terug plaatsen in de vijver. Vorstgevoelige vissoorten die we binnenhuis overwinterd hebben kunnen terug in de vijver worden gezet.

  • Vijver 1 keer in de 5 jaar schoonmaken. Voer het water af en verwijder de vissen. Vang de vissen en zet ze in een bassin met vijverwater. Voorzie dat bassin van voldoende zuurstof. Het beste middel is een beluchtingspompje. Bij het vangen van de vissen kunnen we ook hun gezondheid controleren.
 Na het droogzetten van de vijver kunnen de planten eruit gehaald worden. Waterlelies kunnen een week in een emmer water overleven. Maak van de gelegenheid gebruik om planten te verjongen d.m.v. delen. Zuurstofplanten leggen we in emmers met vijverwater. Oeverplanten moeten in de schaduw worden gezet en vochtig worden gehouden.

 Verwijder modder en afval, pas hierbij op dat u de folie niet beschadigt. Vuil en algen kunt u verwijderen door de wanden met een harde borstel te schrobben. U kunt ook de hoogdruk reiniger hieroor gebruiken. Bij het schoonmaken van de vijver geen afwasmiddelen gebruiken. Verwijder alle laatste restjes water.

 Na dit gedaan te hebben kunt u kijken of er reparaties nodig zijn aan folie, pompen en filters. Let vooral goed op bij de naden. Er bestaan tal van reparatiesets om kleine reparaties uit te voeren. De speciale PVC folielijm is de beste methode. Na het schoonmaken kunt u de vijver met water vullen en vervolgens planten en vissen uitzetten. Er kan ook een startkuur aan het water worden toegevoegd.

Zaaien, stekken en planten

  • Lavendel vermeerderen. Scheuten met een hieltje afscheuren en in een bakje met zandige potgrond steken. Dek de bakjes af met plastic, maar haal dat weg zodra nieuwe ontwikkeling is te zien.
  • Zaaien in bakken binnen. Eind maart kunt u eenjarige planten en groenten voorzaaien in bakken binnen. Gebruik schonen bakken en dek de bak af met deksel of plastic. Kijk op verpakking van de zaden voor de juiste zaaddiepte.
  • Beukenhaag planten. Graaf een sleuf en plant de beuken (Fagus sylvatica) op dertig centimeter plantafstand. Vul de grond rond de wortels aan met speciale beukengrond.
  • Vaste planten vermeerderen. Alle polvormig groeiende vaste zomers- en herfstbloeier zijn te vermeerderen door de wortelkluiten te delen.
  • Bollen en knollen planten. Zomerbloeiende bol- en knolgewassen kunt u al planten.
  • Rozen planten. Vanaf eind maart kunt u nieuwe rozen planten. Als er eerder op de plek een roos stond vervang de aarde dan door nieuwe grond. Plant rozen altijd met de verdikte oculatieplek (even boven de wortels) onder de grond.
  • Winterbakken nieuw beplanten. De meeste winterbeplanting zijn uitgebloeid. Haal deze eruit en plant er voorjaarsbloeiende bolgewassen in.
  • Groenten en kruiden zaaien. U kunt al diverse groenten en kruiden zaaien zodat u al vroeg kan oogsten.
  • Uien planten. U kunt de uien in de grond zetten.
  • IJsbergsla verspenen. U kunt de plantjes gaan verspenen.
  • Planten van druiven en frambozen en bramen. De druif planten in voedzame, niet te natte grond. Framboos en braam kunt u planten in lichte humusrijke grond.