April

In de zomer is het een prachtig gezicht om de vogels te zien badderen in de drinkschaal. Tijdens de wintermaanden kunnen de dorstige vogeltjes uit de schaal water drinken. 

Algemeen

  • Drinkschaal voor de vogels plaatsen. Plaats deze zo dat de vogels gevaar kunnen zien aankomen. In de zomer kunnen de vogels een bad nemen maar in de winter met aanhoudende vorst kunt u beter gaas over de schaal plaatsen zodat de vogels niet kunnen bevriezen. Het water kunt u regelmatig verversen.
  • Onderhoud de tuinmeubels. Beits of lak de tuinstoelen en tafels.
  • Sluit de buitenkraan weer aan. De vorst is voorbij dus de kraan kan worden aangesloten.
  • Schilder of beits muren en schutting. U kunt er nu nog goed bij voordat de planten groter worden.
  • Slakken bestrijden. Het beste is om laat in de avond de slakken met de hand weg te vangen.
  • Aanslag van algen verwijderen. Op bestrating of terras kunnen algen zitten. Deze zijn met een hogedrukspuit te verwijderen.

Oogsten

  • Radijs oogsten. De eerste radijzen kunnen van de volle grond worden geoogst.
  • Spinazie oogsten. Pluk spinazie tijdig anders krijgt het een bittere smaak.
  • IJsbergsla oogsten. De eerste sla kunt u oogsten.

Snoeien

  • Klimrozen snoeien. Snoei alle zwakke scheuten weg en verwijder ook enkele oude takken. Het horizontaal aanbinden van de jonge scheuten geeft veel meer bloei.
  • Struiken na bloei terugsnoeien. Voorjaarsbloeiende heesters kunnen na de bloei worden gesnoeid. Ze hebben dan nog het hele resterende groeiseizoen om nieuwe bloeitakken voor volgend voorjaar te vormen.

Verzorging

  • Onkruid wieden. Voor delen van de tuin waa rveel planten staan kan het best met de hand worden gewied en op meer open stukken met een wieder. Daarna de grond weer met de hand of hark los maken en egaliseren.
  • Mulchlaag aanbrengen. Wanneer de luchtlaag is aangebracht zal er minder onkruid in de tuin groeien.
  • Koppen van uitgebloeide bollen. De uitgebloeide bloemen kunnen worden gekopt en het loof laten staan. Als het vergeeld is kunt u van tuintulpen en hyacinten de bollen rooien en tot de herfst bewaren.
  • Tuinturf tussen heideplanten aanbrengen. Ieder jaar een verse laag tuinturf tussen de planten uitspreiden. Het geeft een uitstekende bescherming van de wortels, verbetert de structuur van de grond en houdt de grond in de zomer langer vochtig.
  • Het gras regelmatig maaien. Voor siergazon de hoogte afstellen op 2 cm en voor speelgazon 3cm. Door erg kort maaien wordt het gazon verzwakt. Op plaatsen waar bolgewassen in het gazon zitten moet u om deze heen maaien. Als de bolgewassen afgestorven zijn en er geel uitzien kunt u ook deze plekken weer maaien.
  • Graskanten bijknippen. U kunt na het maaien de graskanten bijknippen.
  • Uitgebloeide bloemen uit rodondendron verwijderen. Haal de uitgebloeide bloemen weg dit bevordert de bloei.
  • De moestuin bemesten en vochtig houden. De grond bemesten waar nodig is. Dit zijn vooral de plekken waarop u kool wilt planten. Tijdens de groei de planten water geven.
  • Water geven. Blijf regelmatig water geven bij alle zaaisels en alle planten die u nieuw heeft geplant. Planten die al langer staan, hoeft u alleen tijdens langere droogteperioden water te geven. Overdag verdampt water snel en kunnen planten beschadigd raken door inbrandende waterdruppels. Geef daarom bij voorkeur ’s avonds water. Om de dag een keer heel veel water geven is beter dan elke dag een klein beetje. Richt de straal van de sproeier omhoog en laat het water als regen op de planten neerdalen.

Vijver

  • Waterlelies delen. Om de 3 à 4 jaar moeten waterlelies gedeeld worden. Dit is noodzakelijk wanneer ze kleinere bladeren vormen, minder bloeien en wanneer de bloem op een steeltje boven het water staat. Delen van waterlelies moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren want lelies zijn nogal gevoelig voor de knol. Zodra er geen nachtvorst meer is kunnen lelies gedeeld worden.
  • Vissen uitzetten. U kunt eventueel nieuwe vis in de vijver uitzetten.
  • Controleer het zuurstofgehalte. Er kan in het voorjaar zuurstofgebrek optreden. Dan kunt u extra zuurstof toevoegen. De beste methode is d.m.v. een beluchtingpompje.
  • Mandjes van de onderwaterplanten bijhouden. De vijverplanten zoals lelies, watergentiaan en fonteinkruid controleren of er nog voldoende vijveraarde in zit. Anders aanvullen.
  • Vissen voeren. Vissen matig voeren. Niet opgegeten voedsel stimuleert algengroei. Voer zoveel dat de vissen gretig blijven en ze het voedsel binnen enkele minuten op hebben gegeten.

Zaaien, stekken en planten

  • Zaaisels uitdunnen en verspenen. Al eerder gezaaide bloemen en planten die dicht op elkaar groeien en die inmiddels twee blaadjes hebben ontwikkeld gaan elkaar verdringen. Tijd om deze uit te dunnen of te verspenen.
  • Eenjarige planten en bloemen zaaien. In april kunnen er vele eenjarige planten en bloemen worden gezaaid. Strooi het zaad zo dun mogelijk uit en volg de aanwijzing op de verpakking. Na zaaien water geven.
  • Zaaien van de Oost-Indische kers. Dit kan buiten gebeuren maar na zaaien wel een tunnel of andere bescherming aanbrengen over de zaden. Het zaad kiemt vrij snel maar de zaailingen zijn tamelijk koudegevoelig.
  • Varens planten. Op licht tot diep beschaduwde plekken kunt u de varens planten.
  • Buxushaagjes planten. Voor een goede haag zijn er 8 tot 10 plantjes per meter nodig. De struikjes moeten elkaar bij het inplanten raken. Meng tuinturf door de grond.
  • Violieren planten. Eind april is het mogelijk om violieren te planten.
  • Dahliaknollen planten. Plant alleen knollen waaraan u geen schimmelplekken kunt ontdekken. Schimmel ontwikkeld zich op de plekken waar nieuwe scheuten moeten ontstaan. Als die zijn aangetast zal de gewas het niet goed doen.
  • Clematis planten. Wilt u een clematis tegen een schutting of muur laten groeien plaats deze dan 40 cm vanaf de schutting of muur. Plant hem schuin en diep in de grond, zodat ook het onderste stuk van de stengel onder de grond zit. Voordeel hiervan is dat de grond vochtiger en rijker is dan de grond tegen de muur of schutting. De plant beter zal groeien en bij ziekte het deel in de grond niet zal worden aangetast.
  • Planten van bladverliezende heesters en bomen met kluit. Plant even diep als de planten op de kwekerij hebben gestaan. Maak de gaaslap om de kluiten los en spreid ze op de bodem van het plantgat uit, maar trek ze niet onder de planten uit. De wortels groeien er wel overheen.
  • Zaaien van zomerworteltjes, rode biet, radijs en herfstprei. U kunt op de definitieve groeiplek zaaien.
  • Bloemkool planten. Dit kan op een zonnige plek en de grond moet voedselrijk en liefst iets kleiig zijn.
  • Vroege aardappels poten. Maak geulen van 10 cm diep en leg er om de 30 cm een poter in.