Mei

IJsheiligen is de naam voor een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot 15 mei. Volgens de weerkunde zijn dit de laatste dagen in het jaar waarop nog nachtvorst op kan treden. Vanaf 15 mei kunnen de diverse perkplantjes in de tuin.

Algemeen

  • Vogels afschrikken. Bij uw zaaigoed is het handig om een bewegend, glimmende object zoals een oude cd aan een lijntje te plaatsen. Zo kunt u de vogels weg houden.

Oogsten

  • Rabarber oogsten. Trek de stengels met een draaiende beweging bij de basis los.
  • Asperges oogsten. Groene asperges worden bij de voet afgesneden. Witte asperges worden uit de grondrug vrijgemaakt en gestoken. De langste dag 21 juni wordt als einddatum voor het oogsten aangehouden.
  • IJsbergsla oogsten. U kunt volop sla oogsten.

Snoeien

  • Flox inkorten. Als u bij hoge floxen enkele stengels bij iedere plant wat inkort, zullen die nieuwe bloeischermen vormen die weliswaar iets minder rijk bloeien, maar het zijn er meer en ze bloeien later dan de andere stengels. Zo verlengt u de bloeiperiode enorm.
  • Snoeien van de winterheide. De heide is uitgebloeid. Verwijder al het dode hout tot op de basis. Haal daarna de helft van de gezonde takken weg.

Verzorging

  • Planten ondersteunen. Zet op tijd planten steunen bij de hoogste planten. Zo voorkomt u dat uw planten omwaaien en kapot gaan.
  • Onkruid wieden. Voor delen van de tuin waar veel planten staan kan het best met de hand worden gewied en op meer open stukken met een wieder. Daarna de grond weer met de hand of hark los maken en egaliseren.
  • Het gras regelmatig maaien. Voor siergazon de hoogte afstellen op 2 cm en voor speelgazon 3cm. Door erg kort maaien wordt het gazon verzwakt. Op plaatsen waar bolgewassen in het gazon zitten moet u om deze heen maaien. Als de bolgewassen afgestorven zijn en er geel uitzien kunt u ook deze plekken weer maaien.
  • Paardebloemen verwijderen. Steek de paardebloemen met wortel en al uit het gazon of uit de tuin.
  • Mosvorming bestrijden. Mosgroei betekent vaak dat de grond aan het verzuren is. Door de juiste meststoffen op het gras toe te passen en eventueel kalk te strooien is mosvorming voor een groot deel te voorkomen. Mos ontstaat ook door te kort maaien, te weinig voeding in de grond en te weinig zonlicht ter plekke.
  • Klimplanten leiden en aanbinden. De klimplanten hebben steun nodig. Let bij het aanbinden goed op dat de juiste groeirichting van de planten aanhoudt. Bind losjes aan om groei niet te hinderen, maar stevig genoeg om schuren te voorkomen.
  • Uitgebloeide seringenbloemen weghalen. De bloemen zijn bruin geworden en kunnen worden verwijdert. De kracht van de boom blijft bespaard en zal het jaar daarop rijker bloeien.
  • Wilde scheuten bij rozen weghalen. De wilde scheuten zien er anders uit dan de gewone takken. Deze eisen veel energie van de plant op. Trek de scheuten aan de basis los dan zijn ze definitief weg.
  • Haag mesten. Haagplanten hebben voedsel nodig anders gaan de wortels weglopen en kunnen schade aan pad of border aanrichten. Basisbemesting met organisch materiaal is geschikt.
  • Voorkomen van luizen op tuinbonen. Haal de toppen van de tuinbonen weg.
  • Water geven. Blijf regelmatig water geven bij alle zaaisels en alle planten die u nieuw heeft geplant. Planten die al langer staan, hoeft u alleen tijdens langere droogteperioden water te geven. Geef planten in potten en bakken regelmatig water. Overdag verdampt water snel en kunnen planten beschadigd raken door inbrandende waterdruppels. Geef daarom bij voorkeur ’s avonds water. Om de dag een keer heel veel water geven is beter dan elke dag een klein beetje. Richt de straal van de sproeier omhoog en laat het water als regen op de planten neerdalen.

Vijver

  • Drijfplanten uitdunnen. Laat de drijvende plantengroep zoals ze zijn. Mochten ze te groot worden kunnen ze nog steeds worden uitgedund. Deze planten overwinteren meestal op de vijverbodem.
  • Zuurstofplanten uitdunnen: Deel te grote bossen op in kleinere. In de winter sterven deze planten af en het duurt een tijd alvorens ze opnieuw gaan uitlopen.

  • Vissen voeren. Vissen matig voeren. Niet opgegeten voedsel stimuleert algengroei. Voer zoveel dat de vissen gretig blijven en ze het voedsel binnen enkele minuten op hebben gegeten.

Zaaien, stekken en planten

  • Planten van perkplanten. Na de ijsheiligen kunt u het beste de perkplanten planten.
  • Zomerbloemen zaaien. Dit kan nog tot half mei. Zaai op een zonnige beschutte plek. Zorg dat het vochtig blijft.
  • Alle voorgekweekte planten buiten uitplanten. Alle planten die in kassen en koude bakken zijn voorgekweekt, kunt u nu in de tuin uitplanten. De kans op nachtvorst in na half mei geweken.
  • De meest vorstgevoelige knol- en bolgewassen planten. Voorbeelden zijn de canna en knolbegonia’s. Plant na 15 mei zo’n 40 cm uit elkaar.
  • Terras en balkonplanten planten. Zorg voor goede drainage in de bakken. Gebruik bemeste potgronden en plant de planten.
  • Diverse groenten zaaien. Postelein in lichte humusrijke grond. Witlof 2de helft mei in grond die voldoende warm is anders wachten tot juni. Tuinkers kan prima in een bakje in het zicht gezaaid worden. Kinderen vinden het groei proces leuk omdat het snel groeit. Bonen kiemen beter wanneer ze een paar uur voorgeweekt zijn in lauw water. Mais zaaien in de 2de helft van mei in voedselrijke grond en veel zon. Radijs groeit snel en kan met tussenpozen worden gezaaid. Spruitkool, boerenkool en prei vanaf begin mei op voorkweekbedden uitzaaien en later op definitieve plek uitplanten. Bladgroente met tussenpozen zaaien om heel lang over verse groenten te beschikken. Winterwortels zaaien zij hebben een groeiperiode van een half jaar maar wel tussendoor uitdunnen.
  • Diverse groenten planten. Knolselderij de plantjes ondiep planten. Struiktomaten hoeven niet aan een stok te worden gebonden. Andijvie niet te diep planten. Kool kan worden uitgeplant.